Wetenschappers hebben meer dan twintig jaar lang ijsberen op Spitsbergen bestudeerd. Ze wilden weten: gaat het slechter met ijsberen nu het zee-ijs verdwijnt? Het antwoord was verrassend!
Hoe dik of mager zijn de beren?
De onderzoekers volgden 770 volwassen ijsberen tussen 1995 en 2019. Ze keken vooral hoe dik of mager de beren waren. Dat is belangrijk, want ijsberen eten niet elke dag. Soms moeten ze maandenlang leven van het vet dat ze hebben opgeslagen. Een ijsbeer met weinig vet kan verhongeren of krijgt zwakkere jongen.
Eerst magerder, toen weer dikker
In het begin van het onderzoek ging het precies zoals verwacht. Rond het jaar 2000 werden de ijsberen magerder. Het zee-ijs verdween eerder en kwam later terug. Die ijsvrije periode werd wel honderd dagen langer dan vroeger! Daardoor hadden de beren minder tijd om zeehonden te vangen, hun lievelingseten. Minder jagen betekent minder eten, en dus minder vet.
Maar toen gebeurde er iets geks. Ook al verdween er steeds meer zee-ijs, toch werden veel ijsberen weer dikker! Hoe kan dat? De omgeving veranderde mee.
In het gebied rond Spitsbergen kwamen sommige dieren vaker voor. Denk aan walrussen, bepaalde zeehonden en zelfs rendieren. IJsberen zijn slimme jagers. Als er minder zeehonden zijn, proberen ze gewoon iets anders te vangen. Sommige beren leerden zelfs vogeleieren te zoeken of rendieren te vangen! Zo vonden ze nieuw voedsel en konden toch genoeg vet opslaan.
Twee soorten ijsberen
Maar dit geldt niet voor alle ijsberen. De onderzoekers ontdekten dat er twee soorten ijsberen zijn, met een heel verschillende manier van leven.
De ene groep blijft het hele jaar in de buurt van Spitsbergen. Als het ijs in de zomer verdwijnt, moeten deze beren op het land blijven. Daar is minder voedsel. Ze moeten dus zuinig zijn met hun energie en leven vaak van hun vetvoorraad.
De andere groep trekt met het zee-ijs mee en legt enorme afstanden af. Deze beren zwemmen soms honderden kilometers! Dat kost veel energie, maar ze kunnen wel vaker zeehonden vangen op het ijs. Daardoor kunnen ze soms beter blijven jagen, ook als het ijs verandert.
Door deze twee verschillende leefwijzen reageren ijsberen ook verschillend op klimaatverandering. Sommige doen het prima, andere hebben het moeilijker. Daardoor kun je niet zomaar zeggen hoe het met alle ijsberen gaat.
Overleven met vet
IJsberen zijn gemaakt om te overleven onder zware omstandigheden. In het voorjaar, als er veel zeehonden zijn, eten ze enorm veel. In slechts een paar maanden slaan ze wel 70 procent op van alle energie die ze het hele jaar nodig hebben! Dat vet gebruiken ze later, als er weinig eten is. Een ijsbeer kan daardoor maanden zonder voedsel.
Vooral moederberen hebben het zwaar. Als ze jongen krijgen en die melk geven, kunnen ze bijna de helft van hun gewicht verliezen. Dat is alsof jij de helft van jezelf kwijtraakt!
Maar dit systeem heeft grenzen. Als het ijs te lang weg is en er te weinig voedsel is, raakt het vet op. Dan wordt overleven moeilijk, vooral voor jonge beren en moeders met welpen.
Wat betekent dit voor de toekomst?
Het onderzoek laat zien dat de natuur ingewikkeld is. Minder ijs betekent niet meteen dat het slecht gaat met alle ijsberen. Sommige groepen kunnen zich aanpassen, bijvoorbeeld door ander voedsel te zoeken of zich anders te gedragen.
Toch blijft de toekomst onzeker. Het poolgebied wordt nog steeds warmer. In sommige jaren is er al veel langer geen ijs dan vroeger. Als dat zo doorgaat, hebben ijsberen misschien niet genoeg tijd meer om voldoende vet op te slaan. Dan kan het alsnog slechter met ze gaan.
Waarom dit onderzoek belangrijk is
Wetenschappers gebruiken dit soort onderzoeken als waarschuwingssysteem. Als ijsberen magerder worden, zie je dat eerder dan wanneer er minder beren zijn. Een groep kan er nog groot uitzien, maar toch al in de problemen zitten. Door beren jarenlang te volgen, kunnen onderzoekers beter voorspellen wat er gaat gebeuren.
De belangrijkste les uit dit onderzoek? Dieren kunnen zich soms beter aanpassen dan we denken, maar niet eindeloos. Kleine veranderingen in ijs, voedsel en temperatuur kunnen samen grote gevolgen hebben. Sommige ijsberen redden zich, andere niet. En wat nu nog werkt, werkt over tien of twintig jaar misschien niet meer.
Daarom blijven wetenschappers meten, volgen en vergelijken. Zo begrijpen ze beter hoe ijsberen reageren op een veranderende wereld en wanneer het echt mis dreigt te gaan. Dat helpt om betere keuzes te maken voor de natuur en het klimaat. Zodat ijsberen ook in de toekomst kunnen blijven leven in het koude noorden, waar ze thuishoren.
Bron: https://www.nature.com/articles/s41598-025-33227-9

